Haar naam was Raha Bohloulipour, een 23-jarige studente, vol moed, vol liefde voor het leven.

Haar naam was Diana Bahadoor, 19 jaar, die op haar motor een icoon van vrijheid werd voor jonge meisjes.

Haar naam was Sahba Rashtian, 23 jaar, vol dromen die haar toebehoorden.

Drie levens, bruut afgepakt afgelopen januari door de laffe kogels van een regime dat zijn wapens richt op lichamen, omdat ze weten dat ze de geest van deze vrouwen nooit zullen bezitten. Een regime dat denkt dat je een revolutie kunt doodschieten, begrijpt niet: moed sterft niet, het verspreidt zich.

Lieve zusters, strijders, bondgenoten,

Vandaag sta ik hier op de Dam, maar ik spreek met geleende longen. Ik ben de echo van miljoenen Iraanse vrouwen. Van hun “nee”. Van hun “genoeg”. Ik spreek voor elke vrouw die in Teheran, Shiraz of Mashhad de dood in de ogen kijkt voor één sprankje autonomie.

De wind die vandaag hier door onze haren waait, is dezelfde wind waarvoor zij hun hoofddoeken aftrekken. De grond waarop wij hier vandaag staan, is dezelfde grond waarin zij hun vermoorde en gemartelde geliefden begraven. Het regime probeert hun namen een voor een te wissen. Maar ze hebben één ding onderschat: elke naam die ze proberen te begraven, wordt een zaadje voor de volgende revolutie. Ze kunnen de bloemen afsnijden, maar ze kunnen de lente niet tegenhouden!

En alsof gevangenissen, zwepen en kogels nog niet genoeg zijn, vallen er nu ook bommen uit de lucht. 150 meisjes gingen op 28 februari naar school, met hun tassen op hun rug en hun leven nog voor zich. Uren later haalden hun ouders hen onder het puin vandaan, gedood door een illegale Amerikaanse raket die bevrijding zou brengen. Maar bommen brengen geen bevrijding. Bevrijding groeit uit moed. Een democratie die je zelf bevecht, is de enige democratie die standhoudt.

De Koerdische slogan Jin, Jiyan, Azadi leeft in het Farsi voort als Zan, Zendegi, Azadi: Vrouw, Leven, Vrijheid!!!!

Dit is geen verre slogan. Het is een universele hartslag. Want het fascisme dat in Iran vrouwen naar de gevangenis, de zweep en de galg drijft, draagt hetzelfde gif in zich als het oprukkende patriarchaat en extreemrechts hier in het Westen.

Onze onderdrukkers herkennen geen grenzen; zij herkennen alleen macht. Daarom mag onze solidariteit dat ook niet doen. Onze vrijheid hier is pas echt, als we die gebruiken om de muren daar af te breken. Wij mogen geen toeschouwers zijn; wij moeten de versterkers zijn van elke vrouw die het zwijgen wordt opgelegd.

Dus: koester je rechten niet als een bezit, maar gebruik ze als een wapen. Wees hun internet als zij offline worden gehaald. Wees de galm van hun schreeuw als zij tot zwijgen worden gemarteld. Spreek je uit aan elke tafel, bezet de straten, teken petities en gebruik je stem ook in het stemhokje. Want democratie is de enige bodem waarin gelijkheid kan wortelen.

Over twee weken, op 20 maart, vieren de Afghaanse, Koerdische en Iraanse gemeenschap Nowruz, ons nieuwjaarsfeest. De start van de lente. 

De winter van de onderdrukking is lang en angstig geweest, maar de aarde begint te trillen. De lente is niet alleen onderweg, ze is al hier. In elke vrouw die weigert te buigen. En eenmaal in bloei, is er geen weg meer terug.

Voor Raha. Voor Diana. Voor Sahba. Voor de 150 meisjes die nooit meer uit school thuiskwamen. Voor alle dappere vrouwen die voor revolutie hebben gevochten. En voor de miljoenen vrouwen in Iran die eindelijk, eindelijk vrij willen ademen. 

Zan, Zendegi, Azadi!