De brok in mijn keel: Vijf jaar genderapartheid in Afghanistan

Ik sta hier om in vier minuten een vijf jaar oude brok in mijn keel te verwoorden. Sinds de Taliban opnieuw de macht hebben overgenomen in Afghanistan, kijken wij machteloos toe hoe in ongekende snelheid alle burgerrechten van vrouwen zijn afgenomen. Om zorgvuldig te vertellen waarvan zij allemaal worden beroofd, zijn vier minuten niet genoeg. Maar laat me jullie meenemen naar onze realiteit.

Wij leven hier niet meer als volledige mensen. Onze ziel huilt nog op onze gronden terwijl we moeten toezien wat daar gebeurt.

Ik zie voor me hoe Nederlanders hier dagelijks de krant openslaan en steeds een nieuwe ontwikkeling lezen: meisjes mogen niet naar middelbaar of hoger onderwijs. Vrouwen zijn verbannen uit bijna alle banen: NGO’s, media, overheid. Vrouwen mogen niet alleen reizen, niet naar parken, sportscholen of salons. Volledige bedekking van lichaam en gezicht is verplicht. En recent is zelfs vastgelegd dat vrouwen geslagen mogen worden, zolang hun botten niet breken. Hun stem en hun aanwezigheid worden uit het publieke leven gewist.

Dit is geen cultuur. Dit is geen religie. Dit is een systeem. Een systeem dat steeds vaker wordt benoemd voor wat het is: genderapartheid. Dat betekent niet alleen discriminatie, maar de systematische uitwissing van vrouwen uit de samenleving.

Het resultaat is de ergste hongersnood die Afghanistan in onze tijd heeft gekend. Vrouwen mogen niet werken, alleen bedelen. Moeders plegen uit pure wanhoop zelfmoord. En dat terwijl Afghanistan een ander verleden kent. In 1964 kregen vrouwen stemrecht. Afghaanse vrouwen zaten in het parlement. Afghanistan had vrouwelijke ministers terwijl veel landen, zoals Nederland, daar nog niet eens aan dachten. Dat maakt wat er nu gebeurt des te tragischer.

Vandaag verkleden duizenden vrouwen en meisjes zich opnieuw als mannen om te kunnen werken of simpelweg de straat op te gaan, net zoals in de jaren negentig. Een verhaal dat nu rondgaat is dat van Nooria, dertien jaar oud. Drie jaar lang werkte ze vermomd als jongen — Noor Ahmad — in een café om haar familie te voeden. De Taliban nam haar mee. We weten niet waar Nooria vandaag is. Er circuleert alleen een video waarin ze, gefilmd door de Taliban, haar verhaal voor de camera moet vertellen.

Waarom gaat dit ons aan? Omdat dit niet ergens ver weg gebeurt zonder onze betrokkenheid. Nederland, Europa en de NAVO voerden twintig jaar lang missies in Afghanistan met vrouwenrechten als belofte. We beloofden Afghaanse vrouwen een toekomst en toen lieten we ze achter.

Maar het gaat verder dan dat. Nederland vervolgt Afghanistan nu voor deze misdaden tegen vrouwen, en dat is goed. Maar wat doet Nederland ondertussen zelf? De IND wijst jarenlang asielaanvragen van Afghaanse vrouwen af, laatst omdat ze niet “westers genoeg” waren en zich volgens de IND konden schikken onder Taliban-bewind. Na honderden brieven aan partijen, vooral D66, en collectieve verontwaardiging trok de IND enkele afwijzingen in. Maar wie geeft die vrouwen hun wachtjaren terug? Geen antwoord op onze brieven van D66-Kamerleden.

Het was ook een D66-minister maakte grove fouten tijdens evacuaties, waardoor vrouwen nog vastzitten in Afghanistan of Pakistan. Dat is het gevaar wanneer zogeheten progressieve partijen met fascistische partijen regeren. We hebben onze eerste gay premier. Maar wat betekent symbolische representatie als kwetsbare groepen worden achtergelaten? Wat betekent dat voor emancipatie? Geen. Fuck.

Solidariteit is geen symbool. Solidariteit is verantwoordelijkheid.

Ondertussen praten we over vrede. We zaten aan onderhandelingstafels met de Taliban, net zoals met het Iraanse regime. Maar wie ontbreken daar? Vrouwen. De vrouwen die elke dag hun leven riskeren terwijl bommen op dit moment op hen regenen in heel Zuidwest-Azië.

Onze beweging is gebouwd op drie woorden: Jin. Jiyan. Azadî.
Vrouw. Leven. Vrijheid.

Afghaanse vrouwen roepen vandaag ook: Brood. Werk. Vrijheid.
Want zonder brood geen leven, zonder werk geen waardigheid, en zonder vrijheid geen menswaardig bestaan.

Sluit even je ogen. Zie de revolutie door de ogen van een Afghaanse vrouw. Stel je een warm en veilig Afghanistan voor. Een vrouw fietst naar huis na haar karateles,  niet als de enige Afghaan in een sportklas ergens in het Westen, maar samen met haar eigen buren in haar eigen stad. Ze voelt haar lichaam vrij bewegen. Ze rijdt door de frisse berglucht onder de kliffen van Band-e Amir. Ze stopt bij een stalletje om granaatappels te kopen, niet van een kind dat moet werken, maar van een volwassene die met waardigheid zijn brood verdient. Ze fietst verder, haar haren los in de wind. Vrij. Ze eet de granaatappel, het sap druipt over haar handen. Een jonge man biedt haar een servet aan. Ze lachen en praten over hun favoriete boeken. Niemand kijkt afkeurend naar wie ze voor elkaar zijn.

Vrede is niet episch. Het zit in deze kleine, zintuiglijke vrijheden. Dát is het Afghanistan waar vrouwen voor vechten. Dát is waarom we vandaag marcheren. In tijden van wrede oorlogsvoering is het onacceptabel dat vrouwen geen rol hebben in gesprekken over vrede.

Daarom wil ik jullie ook iets vragen. Stop met discussiëren vanuit geprivilegieerde posities over wat “goed feminisme” is, wat wit feminisme is, of hoe we intersectionaliteit moeten definiëren, terwijl vrouwen op plekken met genderapartheid hun meest basale rechten verliezen. Het is frustrerend om te zien dat mensen die nauwelijks spreken over plaatsen als Afghanistan wel eindeloos energie steken in het uitleggen van feminisme.

Want als er meer energie gaat naar het definiëren van feminisme dan naar aandacht voor de meest kwetsbare vrouwen, dan is dat voor mij wit feminisme, ongeacht welke kleur jij hebt. Discussiëren vanuit privilege terwijl ergens anders vrouwen verdwijnen.

Geen stilte meer. Nooit meer. Ik wil dat ons feminisme luid, woedend en onverzettelijk is wanneer het gaat om Afghaanse vrouwen.